Winterpret

Jojanneke Smeenk
no comments

Joehoe! Ik ga op wintervakantie! Naar de sneeuw, met mijn ouders, heerlijk! Mijn ouders gaan ieder jaar. Ze langlaufen fanatiek. Daar doe ik niet aan. Maar de sfeer van de wintervakantie vind ik heerlijk. De kou, de zon, de warme kleding, glühwein, warme chocolademelk. Ik word er blij van.

In de leer

Tijdens mijn eerste winterweek op de Toeristische Opleiding raakte ik besmet met het wintersportvirus. Het was op de opleiding een optie om een stage in het buitenland te lopen. Aanvankelijk wilde ik een zomerseizoen op een camping in Frankrijk werken. Totdat ik die winterweek meemaakte. Mijn complete programma gooide ik om. Het werd een winterperiode naar de sneeuw. Daar leerde ik echt skiën. Ik was ‘al’ 18 dus een ervaren skiër was ik niet. Dat ben je pas als je van kinds af aan op de skietjes wordt gezet en iedereen om je heen doet alsof het volkomen normaal is dat je met die kleine latjes onder je voeten van zo’n immense berg afraast. Ik had daarentegen even de tijd nodig om de meeste van mijn angsten te overwinnen en ‘één’ te worden met de pistes.

Wat doen we onszelf aan

Gelukkig had ik het met mijn werk als standplaatshostess in het Oostenrijkse dorpje Matrei niet noemenswaardig druk. Ik kon me dus goed focussen op het onder de knie krijgen van de juiste swung. Toen dat eenmaal was gelukt, kwam het snowboard. Een van mijn gasten ging op les. Ik mocht mee als ‘vertaler’. Helemaal prima. Zij ging een stuk beter dan ik, maar ik had daarna nog een maand om te oefenen. En vervolgens nog een seizoen, een jaar later. Want ik had de smaak te pakken.

Sindsdien ging ik ieder jaar op wintersportvakantie. Met vrienden, met mijn oom, tante en nichtjes, met mijn zus en met de familie – waar vriendlief de laatste keer ook onderdeel van uitmaakte. Puur genieten. ‘S ochtends op tijd op, samen ontbijten met Duitse yoghurt of Semmeln mit Bauernschinken en dan volledig in skikleding gepakt en met heel de handel de berg op. De pareltjes zweet van het hoofd druppend omdat je veel te warm bent gekleed voor het tafereel dat aan skiën voorafgaat: het aansjorren van die onhandige schoenen, dat gepluk en getrek aan jassen en handschoenen voordat heel de boel op zijn plek zit en je vervolgens met de ski’s in de hand en de stokken in de weg altijd berg óp moet sjouwen om überhaupt bij een lift te komen. Die je vervolgens richting andere liften brengt, die je dan uiteindelijk bovenaan de afdaling afzetten. Bestemming bereikt. Meer dan eens gaat dit ritueel gepaard met het nodige gevloek en getier, vooral ingegeven door de overdreven warmte en inspanning. Je houdt ervan of je haat het. Ik houd ervan.

Het een of het ander

De laatste skivakantie is nu vier jaar geleden. Waar ik de eerste jaren boardde, stond ik de laatst tijd vaker op de ski’s. Omdat dat minder inspannend was. Vooral wanneer ik met skiërs onderweg was die niet telkens hun bindingen open en dicht hoefde te maken, wat met een snowboard wel moet.

Of ik dit jaar fanatiek ga skiën, weet ik niet. Ik vrees dat de ontwikkelingen van de laatste vier jaar nog wel zijn weerslag hebben op dat geploeter bovenaan die berg. Waar het zuurstofgehalte in de lucht sowieso al minder is dan in ons lage land. Ik had altijd al last van hoofdpijn op skivakanties. Ik besteedde er nooit teveel aandacht aan. Behalve dat ik mijn dag steevast startte en eindigde met twee paracetamol. Het was alleen niet uit te sluiten dat de hoeveelheid alcohol die we tijdens de après ski wegwerkten, daar niet een klein beetje mee te maken had. Dat ik in Nederland na een stevige drankpartij nooit last had van hoofdpijn, wuifde ik vakkundig weg. Inmiddels weet ik dat de hoofdpijn een gevolg kan zijn van zuurstoftekort. Aangezien mijn lichaam tegenwoordig wat minder vriendelijk reageert als ik het over zijn grenzen heen duw, spring ik liever iets voorzichtiger om met die wetenschap.

Het is de instelling die telt

Gelukkig ben ik door die seizoenen werken in de sneeuw een mooi weer skiër geworden. Als je daar zo’n lange periode zit, hoef je niet per se iedere dag de pistes op. Dan kies je de mooie dagen. Die met een blauwe lucht en een stralende zon. Dan zijn de dagen met een grijs wolkendek, neerslag in welke vorm dan ook of een zuchtje teveel wind, reden genoeg om heel het ritueel van anderen gade te slaan vanachter een warme kop chocolademelk met de kousenvoeten rustend op een stoel. Wetende dat jij er bewust voor koos nu eens even níet mee te gaan in die hectiek. Prima instelling. En die is gelukkig blijven hangen. Ik kijk er nu al naar uit om lekker te wandelen door dat frisse, witte winter wonderland met zicht op ploeterende mensen. En dan zelf regelmatig te gaan zitten met een boek.

Waar een wil is …

Dat wil niet zeggen dat ik het helemaal niet ga proberen. Ik laat me niet kennen. Ik zou het zonde vinden als mijn laatste keer skiën al ongemerkt voorbij is gegaan. Dat ik over een tijdje de energie niet meer heb om het nog te willen proberen. Of dat het gewoon niet meer gaat. Daar ga ik een stokje voor steken. Een skistokje wel te verstaan. Want ik geef me niet zomaar gewonnen. Daarvoor is het te leuk.

Categories:

About Jojanneke Smeenk

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *