Wat doe je in zo’n geval?

Jojanneke Smeenk
no comments

“Kleed u zich hier maar uit…” Wat?! Nu al? Toen ik aangaf dat het ons om een introductiegesprek ging, had ik niet gedacht op de eerste afspraak al uit de kleren te moeten. Een consult met de gynaecoloog zou toch later zijn…

“Doet het eigenlijk pijn?” hoor ik mezelf vragen. “Heeft u nooit een inwendig onderzoek gehad?” Jawel, maar er is naar mijn mening een duidelijk verschil tussen een scherp, rauw uitstrijkje en een lompe inwendige echo die tot mijn eierstokken moet reiken, als het daar tenminste bij blijft. Want ik heb geen idee wat meneer van plan is. “Uitstrijkje…, nu u het zegt. Die doen we gelijk even.” Nou.., dat was eigenlijk niet wat ik bedoelde.

Hoogtechnologisch Draagmoederschap

Kleine verduidelijking: we zitten in de behandelkamer van het hoofd van het IVF Centrum van het VUMedischCentrum in Amsterdam. Reden: onderzoeken of draagmoederschap een optie is. Mijn eitje, zijn zaadje en haar baarmoeder. Aangezien ik zelf vanwege mijn kritische longfunctie geen kindje meer kan dragen. En wat doe je als er misschien wel een kinderwens is?

Uiteraard doe ik wat de arts  – alias de kabouter – me opdraagt en een paar minuten later lig ik met gespreide benen op de onderzoekstafel. Twee soorten uitstrijkjes zijn afgenomen. Nu kijkt hij met zijn echoapparaat naar mijn eierstokken. Iets van empathie – wat tot dusver niet bij deze man te bespeuren was – lijkt op te borrelen: “Kijk, hier zitten uw eitjes. Oh, er is er net een gerijpt.” Hij lijkt bijna enthousiast. Het werkt aanstekelijk: “Schat, kom ook kijken!” roep ik. “Nou,” hoor ik vanachter de deur, “ik zit hier goed hoor.” De slappe lach overvalt me. Het moet niet de droom van de gemiddelde man zijn om een kamertje binnen te wandelen waar een andere heerschap met een stok tussen de benen van je vriendin staat te wroeten.

Onderzoek

De kabouter lacht niet met me mee. Zijn zeldzame menselijke trekje is alweer verdwenen. Ik bijt mijn lippen kapot. “Jojanneke, deze man is van wezenlijk belang als jullie nog een kindje willen,” zeg ik tegen mezelf. “Die moet je te vriend houden.” Het kost me moeite, maar uiteindelijk zitten we weer in serieuze toestand aan tafel.

“De volgende stap is om jullie bloed en jouw spermacellen te onderzoeken,” de arts knikt naar mijn vriend. Ik zie hem benauwd wegtrekken. “Moet dat ook nu?” “Neee,” de arts schudt zijn hoofd alsof het voor iedereen logisch is dat zoiets niet op de eerste afspraak gebeurt. “Dat moet een keer ’s ochtends worden ingeleverd.” “Kan ik het ook opsturen?” Vraagt mijn vriend onschuldig. “Nee,” om de lippen van de kabouter verschijnt een lach. Al is het de vraag of die cynisch of medelevend is bedoeld. “De cellen moeten zo snel mogelijk worden onderzocht als ze uit het lichaam zijn en ze moeten warm blijven. Daar moeten jullie een keer in de ochtend voor terugkomen.”

In de ochtend, juist. Op tijd komen is al niet ons ding, vroege vogels zijn we zeker niet en een trip Arnhem – Amsterdam helpt daar niet echt bij. Maar daar vinden we wel een oplossing voor.

Nestje bouwen

“Ze houden er wel een rap tempo in hé?” resumeert mijn liefde als we in de auto terug naar huis zitten. Nou inderdaad. “Voor je het weet zijn ons eitje en zaadcelletje al samen gebracht, klaar om te nestelen en dan moeten wij de draagmoeder nog van straat trekken.” We lachen, maar van binnen zit de spanning. Gaat het hier beginnen?

Ook dit bericht is een flashback. Het is geschreven in 2016 toen we met onze kinderwens speelden. Inmiddels is dit proces opgeschort. Wie weet wordt het nog eens vervolgd.

Categories:

About Jojanneke Smeenk

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *