Iets met principes

Jojanneke Smeenk
no comments

“Wie ist es oben?” vraag ik aan de medewerker van de skipaskassa. “Gleich wie herunter,” antwoord een verbaasd kijkende, oude man. Top. Daar gaat mijn illusie om met de gondel halverwege de berg door het grijze wolkendek te breken en het zonnetje op mijn gezicht te voelen branden. Wat is er gebeurd met mijn principes …

Dat was vorig jaar. Dit jaar hoef ik het niet te vragen. Allereerst omdat ik heb ontdekt dat het skigebied van een dusdanige hoogte – of laagte – is dat de bergen naar alle waarschijnlijkheid nooit boven de wolken zullen uitsteken. Maar bovenal omdat het stralend weer is. Perfect! 

Alles overboord

Jaren geleden – toen ik als reisleidster in wintersportgebieden verbleef – besloot ik een mooiweer skiër te zijn. Dat, en dat ik nooit ga langlaufen. Wie die sport ooit heeft verzonnen, had echt een hekel aan vakantie. Maar wat gebeurt er telkens als ik met mijn voeten de met sneeuw bedekte Duitse, Oostenrijkse of Franse bodem raak? Juist, dan ga ik vol in de sneeuwbui de berg op en duik ik met vaderlief de loipe in. Waarom?! Omdat ik het veel te leuk vind om te (winter)sporten. Daarom. 

Spanning op de top

Vorig jaar deed ik verwoede pogingen om met het gelukzalige gevoel van weleer over de pistes te glijden. Dat sentiment nam gaandeweg de vakantie steeds verder af. Dit jaar had ik mazzel. Ik kon daadwerkelijk in actie komen. Het begin vond ik spannend. In mijn hoofd had zich het idee gevestigd dat het snelle stijgen in de lift en het dalen op de pistes, mogelijk effect konden hebben op mijn longen. De transplantatie-arts had mij ervan verzekerd dat dit niet het geval was, maar toch. Niets zo vasthoudend als mijn gedachtespinsels. 

Ski’s onder en … oké, gaan

De gondel ging goed. Om mezelf gerust te stellen, bleef ik twintig minuten bij de uitstap van de lift staan: “Even kijken of er echt niks gebeurt.” Gelukkig kreeg ik telefoon, dus was ik niet volledig op mijn gevoel gefocust – menigeen kan beamen dat ‘bewust voelen’ de zaak nog wel eens kan verergeren. Er gebeurde niks. Volgende lift omhoog. Nog steeds niks. Eerst maar deze eerste korte afdaling naar beneden. Ging goed. Nog een keer. Weer goed. Nog een lift omhoog. En die afdaling naar beneden. Ook goed. Nog een keer omhoog. En naar beneden. Omhoog. Allebei de pistes achterelkaar naar beneden. Ging lekker! 

Grenzen? Hoezo?

Ik kreeg steeds meer zelfvertrouwen en vooral meer plezier. Het ging super! Zo ging ik meerdere liften omhoog en meerdere pistes – achterelkaar! – naar beneden. Het is lang geleden dat ik zo snel ging en zelden heb ik me tijdens wintervakanties zo goed gevoeld. Zonder hoofdpijn, zonder paracetamols, zonder benauwdheid. Helemaal fit. En wat doe je als het goed gaat? Juist, dan verleg je de grenzen. Dus dat betekende: langlaufen. Vorig jaar niet gelukt. Daarvoor super vermoeiend. Hoe zou het nu gaan? Dus daar ging ik. Skietjes van moeders onder – die had de hoop al opgegeven – en met pappa de langlaufarena in. Zelfs dit was een verademing. Ja het was vermoeiend en nee ik ging niet zo vlot als m’n vader – in tegenstelling tot hem heb ik ook de techniek van een duizelige wasbeer – maar nog nooit hield ik het zo goed vol. Ik kon doorzetten wanneer ik buiten adem raakte, zonder in een hoestbui te belanden. Ik kon me zelfs in het zweet werken. Wat was dat lang geleden en wat heb ik het gemist. Want ik vind het heerlijk om tot het uiterste te gaan!

Excuus Truus

Mijn ambitie sinds mijn lichaam beter gaat, is ‘willen voelen dat ik een lijf heb’. Nou, ik heb het gevoeld … Op een prettige manier, dat wel. Diepe ademhaling tijdens fysieke uitdaging, verzuring tijdens flinke inspanning, spierpijn ná flinke inspanning. Mijn lijf deed weer mee hoor. Het leek wel of ik nu pas góed realiseerde hoe vermoeiend die hoestbuien waren. Fysieke inspanning is zoveel beter vol te houden zonder je energie aan hoesten te verspillen. Tuurlijk wist ik dat wel, en weet iedereen dat wel. Maar eerder ging het niet anders. Ik wilde leven, dan doe je het er mee. Ik zocht excuses waarom het op zo’n moment niet ging. Het weer; de vallende sneeuw die de plek van de voor mij zo noodzakelijke zuurstof in de lucht innam. De hoogte. Allebei. Maar diep van binnen moest ik toegeven: het kwam “gewoon” door mijn longen. 

Blijven proberen

Zoals het altijd door mijn longen kwam, of ik het wilde toegeven of niet. Maar ik wilde zo lang mogelijk, zo veel mogelijk blijven doen. Dan helpt het niet als je besluit dat je het niet (meer) kunt. Wat wel helpt, is een mogelijk andere oorzaak voor het tegenvallende resultaat zoeken en dat de reden laten zijn om het de volgende keer weer te proberen. Misschien lukt het dan wel, of niet. Dan is er vast weer een andere reden om het nog eens te proberen. Gebrek aan acceptatie? Zou kunnen. Ik kan mezelf in ieder geval niet verwijten dat ik snel opgeef. En dat heeft me tot nu toe mooie ervaringen en herinneringen opgeleverd. En daar leef ik voor. 

Love the adrenaline in my veins

Categories:

About Jojanneke Smeenk

Bouwjaar 1984. Opgeleid journalist en getransplanteerd cf-patiënte. Vriendin van Sebastiaan Gödden, baasje van Joek, dochter van Diana en Hans, zusje van Marjolein. Bovenal levensgenieter & -avonturier. Schrijven, communicatie, studeren, eigen bedrijf. Ambities te over; “Reach for the moon, you’ll always land on the stars” 💫

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *